PestProtocol PDF  | Print |
Onderwerp index
PestProtocol
Opkomen tegen pesten
Aanpak van pestgedrag
Consequenties Pester
Begeleiding Gepeste Leerling
Begeleiding Pester
Meldingen van pestgedrag
Alle pagina's

 

P E S T P R O T O C O L Z U I D E R Z E E S C H O O L

Inleiding

Onderzoek wijst uit dat op vrijwel alle scholen in ons land pesten regelmatig voorkomt. Omdat dit voor de ontwikkeling van kinderen zeer grote gevolgen kan hebben, is het absoluut noodzakelijk hier iets aan te doen.

Op de Zuiderzeeschool streven we ernaar om de kinderen een veilige omgeving te bieden, waarin ze zich prettig voelen, goed kunnen leren en sociale contacten weten op te bouwen.
Dat gaat niet vanzelf en het is mede de taak van de school om met de kinderen normaal wenselijk gedrag te oefenen in allerlei dagelijkse situaties.
Daar hoort ook een houding bij die pesten absoluut afwijst.
Daarover gaat dit pestprotocol

Een belangrijk aspect van het leren volwassen worden is dat je met elkaar leert omgaan op prettige en soms ook minder prettige manier. Een voorbeeld van minder prettig gedrag is bijvoorbeeld plagen en uitdagen.
Dat heeft op zich de waarde dat kinderen zich leren verdedigen en voor anderen leren opkomen. Plagen hoeft niet ernstig te zijn mits het een enkele keer gebeurt en tussen kinderen, die qua grootte en leeftijd aan elkaar gewaagd zijn.

Zodra het meerdere malen gebeurt en bedreigend wordt, loopt dat over in pesten en dat mogen we niet accepteren.

Pesten kent vele facetten:

  • Verbaal: door te vernederen, scheldnamen te geven, op uiterlijke kenmerken te letten, gemene briefjes of msn’s te schrijven, dreigen.
  • Fysiek: door schoppen, slaan, laten struikelen, spugen, krabben, bijten, haren trekken
  • Intimidatie: iemand achterna lopen, snoep afdwingen of dingen laten doen, die je niet wilt.
  • Isolatie: iemand niet mee laten doen en uitsluiten.
  • Vernielen: van bezittingen of verstoppen en zelfs stelen van eigendommen van het gepeste kind.

In voorkomende gevallen van pesten hebben we te maken met vijf verschillende partijen; te weten:

  • De gepeste leerling
  • De pester (s)
  • De middengroep ( dit zijn de leerlingen die niet meedoen aan het pesten)
  • De leerkracht
  • De ouders / verzorgers

Samen kunnen we het probleem keren, een ieder heeft daarbij eigen verantwoordelijkheden.

Pesten heeft in de klas ook negatieve effecten op de sfeer. De leerkracht zal er alles aan doen om een gezellige en veilige omgeving te bewerkstelligen.

Het is van wezenlijk belang dat een grote middengroep, die niet aan pesten meedoet wordt gemobiliseerd. Zij zijn het geweten van de klas en moeten een actieve rol toebedeeld krijgen in het signaleren van pesten. Ze kunnen meelopers losweken van pesters en de gepeste kinderen steun geven in hun situatie.

Belangrijk hierbij is dat er over gepraat moet worden.
In kringgesprekken moet aan de kinderen duidelijk worden gemaakt dat pesten zeer ernstig is en wat je er aan moet doen. Zo kan veel leed werkelijk worden voorkomen.